zondag 22 november 2009

HOOFDSTUK VII OVER DAUWDRUPPELS EN DIAMANTEN

AAN DE RECHTERKANT STAAN LIEFST VIJF IRISSEN MET DAUWDRUPPELS EN TWEE TRIANGELS



De beroemde Engelse dichter en schrijver Robert Graves (1895-1985) heeft ooit een heel fijn gedicht geschreven over een dauwdruppel en een diamant.

Het is de moeite waard Engels te leren al was het alleen maar om ooit van dit werk - dat uit niet meer dan twaalf zinnen bestaat - te kunnen genieten. Het gedicht heeft in het originele Engels als titel: 'Song: dew-drop and diamond'. Robert Graves vergelijkt in dit dichterlijke meesterwerk, echt een 'beautje', de zachte schoonheid van een dauwdruppel met die van een diamant.
Hij kiest zelf voor de dauwdruppel. 

Het lied zoals hij het zelf noemt heeft van alles te maken met zijn eerste en tweede vrouw. Het is een metafoor zoals alleen een genie die kan schrijven.

Wat heeft dat nu met voetballen te maken zul je zeggen. Zitten we hier een sprookje te lezen of beginnen we moeilijk te doen ?. Neemt u het me niet kwalijk, lieve lezeres en/of lezer en/of lezerik. Verderop laat ik Troela en Troelita weer opstaan en worden ook Estartito en Torowelja weer wakker. Misschien begint Blacky de Geweldige ook nog te vliegen.

Zo gaat dan het gewone leven met al zijn toeters en bellen door. Als je bij wat je leest zelf iets gaat verzinnen dat je fijn vindt en wilt opschrijven: gewoon doen en zeker niet op iemand wachten !

Maar soms vind ik per ongeluk of toevallig in twaalf mooi geschreven zinnen alle plezier maar ook veel verdriet terug uit het leven van de schrijver. Je moet natuurlijk wel wat oefenen in het lezen van gedichten. Niks voor niks en een vent voor een stuleke zeiden ze in ons mooie Brabant al. Vroeger hield ik echt helemaal niet van gedichten. Soms moest ik er een van buiten leren en dan nog voordragen ook.
Natuurlijk werd het meestal stamelen en stotteren. Hoe vaak ik niet over 'Het stokske van Johan van Oldenbarneveldt, Vader des Vaderlands' ben gestruikeld weet ik echt niet meer. Maar ik neem het de heer Joost van de Vondel zaliger nog steeds kwalijk dat hij deze regels ooit heeft geschreven.
Pas jaren later, toen niemand me meer tot zoiets akeligs als gedichten voordragen dwong of dat gewoon van me eiste, ben ik heel intens van gedichten gaan houden.

                         ***********************
Nu is het gewoon de volgende dag op het Kasteel en begint Troela op te staan. Het is juni en ze heeft ontzettend diep en vast geslapen. Haar bezem staat nog in een hoek. Nadat ze zich gewassen heeft en haar tanden gepoetst wil ze haar tocht over de Lage Ampurdan gaan maken want het is bijna tien over negen. Maar plotsklaps herinnert ze zich iets van een of andere boom op de binnenplaats. Misschien heeft ze het alleen maar gedroomd dus kijkt ze even naar buiten.   

Daar staat de boom helemaal echt. Het is een grote boom vol bladeren. Egbert de Eekhoorn zit op een tak nootjes te kraken en daarna op te smikkelen. Blacky de Geweldige ligt onder de boom te slapen met Poes Piesjenee. Nu wil Troela wel eens weten of de triangel van de man met die vreemde naam er nog hangt. Dus pakt ze haar bezem, zet het raam wagenwijd open en vliegt de boom in. En jawel hoor, de triangel hangt er nog steeds met teksten op het plaatje die ze gisteren niet kon lezen. Nu gaat lezen echt gemakkelijk.
'De triangel van Piet Agoras' zie ze hardop en daaronder stond met wat kleinere letters die Troela óók hardop las: 'Metalen staafjes aan te vragen bij de Directie'.

Troela was nog wel verbaasd maar niet boos. Want ineens, tijdens het hardop lezen, had ze iets moois gezien. Het onderste deel van de triangel hing vol met dauwdruppels. Daar zag ze een wonder dat ze in 417 jaren nog nooit had opgemerkt. In de opkomende zon blinken dauwdruppels net zo mooi als volmaakte edelstenen. Ze keek nog een paar keer verbaasd naar de dauwdruppels en nam een besluit. 
Ze pakte haar bezem en vloog met een klein maar sierlijk rondje van de tak af waarop ze zat en landde onder de boom waar Blacky en Poes Piesjenee nog rustig lagen te pitten.

Haar bezem zette ze tegen de stevige stam van de boom en met een kriebel over zijn haar maakte ze Blacky wakker. Die strekte zich uit, draaide zich op zijn rug en stak zijn poten in de lucht. Daarna stond hij op en gaf de stam verkoeling. Troela zei tegen Blacky dat ze vandaag samen een tochtje zouden gaan maken. Blacky vond het allemaal best want hij voelde zich nog niet zo de Geweldige. Hij liep wat slaperig rond te druilen en wist ook niet wat Troela van plan was. Van heel vroeger herinnerde Troela zich een korte toverspreuk waarmee je honden kunt laten vliegen. Het enige dat een hond moest hebben waren lange oren. Blacky had lange oren en ook van dat lekker, donzig haar. Dus ging Troela zijdelings op zijn wollige rug vol donzige haren zitten. Toen ze echt lekker zat keek ze nog eens naar haar bezem en sprak drie korte woorden uit: de toverspreuk ! En jawel, daar steeg onze Blacky de Geweldige op als een helicopter: recht omhoog met Troela op zijn rug. Zijn oren flapperden en zijn grote staart vol donzige haren zou een roer kunnen zijn.

Op een hoogte van zo'n 10 meter boven de binnenplaats van het Kasteel begon hun tocht over de prachtige vlakte die de Lage Ampurdan heet. Troela voelde zich helemaal op haar gemak en gaf Blacky aanwijzingen hoe ze naar de haven van Estartit moesten vliegen. Samen gingen ze op weg naar de boot van tovenaar Estartito waar ook Torowelja van de reis naar Finland uitrustte. Het was een prachtig begin van een echt zuidelijke zomerdag. Als je over de Ampurdan vliegt zie je hoe de zon alle kleuren van deze streek fel en diep maakt. De Middellandse Zee lijkt dan een groot en helderblauw meer. Ze zagen wat van de zomers altijd drukke weg tussen Torroella de Montgrí en Estartit.

Daarna vlogen ze richting zee en zagen hoe de meeuwen vooral dichtbij het strand op het water dobberen en soms over de mensenmassa vliegen en om voer vragen. Er zijn
ook heel wat vogels die vissen. Een van die vogelsoorten heet 'Jan van Gent'...maar ik weet niet waarom. Zoek het eens voor me uit en laat het me weten ! Langs de kust was een boot met sleepnet aan het vissen op schelpen. Het grote net schraapt over de zeebodem en de vangst wordt dezelfde dag verkocht aan restauranten of op een visafslag. Een paar vroege windsurfers probeerden weg te komen maar er stond nog weinig wind. Meestal is die pas rond één uur sterk genoeg om te kunnen surfen. 

De boot van tovenaar Estartito ligt in het oude deel van de haven van Estartit. Hij is herkenbaar aan de grote Europese Vlag die vanaf de top van de mast naar beneden hangt. De heel slimme tovenaar Estartito is er al heel wat eeuwen van overtuigd dat een Europa zonder grenzen beter is voor iedereen die daar woont. Daarom heeft hij deze vlag al tweehonderd jaar geleden gemaakt. Hij werd toen voor gek versleten en dat is een héél goed teken van intelligentie.

Een beroemd Deens geleerde die Niels Bohr heette zei eens dat alleen veronderstellingen die volkomen belachelijk lijken meestal de moeite van het bestuderen waard zijn. Niels Bohr had een hoefijzer boven zijn voordeur hangen. Een hoefijzer is het symbool dat geluk zou moeten brengen. Een goede vriend vroeg hem eens of hij daar nou echt in geloofde.  Bohr antwoordde nuchter en vriendelijk: 'Nee, maar ze zeggen dat het ook helpt als je er niet in gelooft'.

Langzaam met zijn oren en staart wiekend naderden Blacky met zijn passagier Troela de boot van de tovenaar. Estartito stond al op het dek te wachten samen met Torowelja. Toen Troela en Blacky geland waren vroeg de Oude Dame - zoals Troela ook wel eens werd genoemd - hoe Estartito wist dat ze zo vroeg zouden komen. Daarop zei de tovenaar dat een paar minuten geleden zijn baard begon te kriebelen.

Dat was altijd een teken dat er iets bijzonders aan de hand was. Hij had meteen Torowelja wakker gemaakt. Die lag nog te snurken alsof er een bos bomen werd omgekapt maar de verrassing was groot !

Daarop gingen ze gezellig bij elkaar zitten en de koffie was al voorbereid door de tovenaar. Bij Troela zat de grote boom op de binnenplaats zó echt dwars dat ze erover begon. Plots begon Estartito te schudden van het lachen. Blacky schrok zich rot en sprong in het heldere water van de Oude Haven. Ze gooiden hem een reddingsgordel toe toen hij al bij de ladder van de boot was. Blacky was een goede zwemmer. Met de gordel trokken ze hem gemakkelijk en snel aan dek. 
Hij schudde zich lekker uitgebreid uit en maakte zo iedereen fris...maar ook heerlijk nat.

Estartito zei dat hij wat zachter had moeten schudden van zijn lachen. Maar hij had ontdekt dat een oude vriend van hem weer eens bezig was. Zijn oude, superslimme maar goede Griekse vriend Pythagoras moest weer eens bezig zijn geweest. Hij beloofde Troela of 'De Oude Dame' dat hij zichzelf naar Griekenland zou toveren. Maar toen Troela hem vertelde over de druppels water en de metalen staafjes die je bij de Directie moest gaan halen greep hij in zijn grijze baard.

Hij dacht na en zei toen dat eigenlijk alle bewoners van het Kasteel morgen vóór dag en dauw moesten gaan merelen.   

                          EINDE VAN HOOFDSTUK VII


  

  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen