zondag 15 november 2009

HOOFDSTUK VI DE TRIANGEL VAN PIET AGORAS


EEN LACHENDE ZONNEBLOEM 


De pijnbomen op de Grijze Berg hadden hun merkwaardig mooie appels allemaal verloren. Van de olijfbomen waren intussen ook de groene vruchten geoogst of er door een storm afgerukt. Olijven vormen rond de Middellandse Zee de belangrijkste basis voor een smakelijke en gezonde olie. Dat laatste is door medische wetenschappers uit allerlei landen definitief vastgelegd. Er zijn ook  honderden artikelen en boeken over geschreven en gepubliceerd.

Natuurlijk zijn groene of donkerblauw geworden olijven in vele vormen beschikbaar en ook bereid in soms kleine maar fijne fabrieken en werkplaatsen en héél vaak thuis. Olijven, die heerlijke olijven, vormen een belangrijk onderdeel van elke Mediterrane maaltijd. 'Aceitunas' is het Spaanse woord voor deze smakelijke gave van Moeder Natuur. In Catalonië worden ze 'Olivas' genoemd.

Heel wat eeuwen geleden werden de olijven door Griekse kooplieden naar Spanje verscheept en daar bekend gemaakt en verkocht. Het duurde niet lang voordat het planten van olijfbomen een belangrijke bezigheid werd van de Spaanse boeren en voor veel leden van hun familie. Vakbonden waren nog niet uitgevonden want Spaanse families gaven hun leden een goede bescherming en zochten vaak samenwerking met hun buren.

Hazen en konijnen die nog op de Grijze Berg woonden hadden van het Gemeentebestuur allemaal dikke oorkleppen gekregen. Oogkleppen hadden ze niet nodig want die had de Burgemeester persoonlijk al een paar jaar eerder verspreid onder de dierlijke en altijd lieve maar waakzame bewoners van de berg. Een paar weken na het einde van de dictatuur van Generaal Franco, die vuige, gore schoft en misdadiger, hadden de inwoners van Torroella en Estartit ontzettend veel oogkleppen gevonden. Ze konden er elk lid van een nu echt gekozen Gemeentebestuur een paar eeuwen mee uitrusten.

Allerlei soorten kleinere vogels waren heel diep in hun nesten weggekropen. Sommigen ervan waren zelfs 'op zijn struisvogels' gegaan. Dat wil zeggen dat ze hun kopjes in het zand hadden gestoken tot het gebulder voorbij was. Friethelm organiseerde zijn siësta door er een orkaan van te maken. En dat organiseren lukte hem bijzonder goed. Het Kasteel en de hele Grijze Berg begonnen eerst zachtjes te trillen maar het getril werd steeds harder.

Zoals het Vliegend Tapijt boven de zee langzaam maar verschrikkelijk zeker werd ontrafeld door het gebulder van de Friethelmse golven, zo kregen de Blauwe Reigers de orkaan helemaal precies recht van voren op zich af. 

De dames Troela, Torowelja en Troelita hadden er niet zoveel last van. Een bezem is een gemakkelijk vervoermiddel. En als je in de zomerlucht een samba danst en er wat bij zingt is het op zo'n ouderwets ding als een bezem best uit te houden. De drie dames moesten wél de hele tijd hun hoedjes vasthouden met de linkerhand en de bezem sturen met hun rechter 'vijf geboden' zoals dat stukje van het menselijke lichaam ook wel wordt genoemd. En Troela had net een nieuwe hoed op want de vorige - die intussen 972 jaar oud was - had ze opgeruimd. De Blauwe Reigers wiekten helemaal op hun gemak verder maar ze werden wel doodmoe van de herrie.

Voor de poort van het Kasteel zaten Blacky de Geweldige, Egbert de Eekhoorn en Poes Piesjenee op de uitkijk. Ze hadden hun oorkleppen even afgezet en Blacky de Geweldige draaide zijn kop heel blij en bevrijd van de schrik naar alle kanten. Hij rook dat er iets aan de hand was. En jawel hoor, daar verschenen in de blauwe lucht zes stippen die langzaam maar heel duidelijk groter werden. En na een redelijk korte tijd landden de zes reizigers tegelijk vóór de hoofdingang van het Kasteel. 

Het eerste dat Estartito deed was een toverspreuk loslaten. Hij zei...nou ja, eigenlijk mag niemand dat weten maar voor deze keer dan: parakaló. Dat is een verzameling letters die uit het Grieks zijn omgezet in gewone letters mét een accent op het einde. 

Het Friethelmische gebulder hield ineens op. Blacky de Geweldige en Poes Piesjenee werden door hun vrienden uitgebreid geknuffeld en Egbert de Eekhoorn sprong van plezier op de toren waar Troela woonde en maakte vervolgens met sierlijke sprongen een ere-rondje over alle vier de torens van het prachtige Kasteel dat helaas nooit was afgebouwd. De vrede tussen een Hertog en een Koning was in Belcaire getekend voordat er aan vechten werd begonnen.  

De drie Blauwe Reigers stonden stomverbaasd naar dit tafereel te kijken. Ze hadden heel wat gezien in hun leven maar dit waren toch wel echt rare Spaanse toestanden. Maar het werd nog een beetje verbazender voor deze drie makkers. Want jawel hoor, daar kwam de heer Friethelm himself gapend door de grote poort van het Kasteel naar buiten gewaggeld. Hij wreef zijn ogen goed uit want hij had van een lange siësta genoten. Maar toen hij zag dat het echt waar was richtte hij zijn 199 1/2 centimeters kaarsrecht overeind.

Eerst liep hij op Branine af en gaf haar een pakkerd waar ze nu nog van bij zit te komen. Daarna werd Pasthur zijn rechterhand met groot gemak en onvoorstelbaar fors door Friethelm als begroeting, een echt gemeende, hartelijke begroeting in elkaar geknepen.
Tovenaar Estartito werd hoog in de lucht gegooid en bij zijn naar beneden komen liefdevol maar stevig door Friethelm opgevangen. 
De dames hex kreeg hij maar niet te pakken. Ze waren na het zien van deze begroetingen liever maar even op veilige afstand gebleven.
Ze zweefden op hun bezems heel rustig aan boven de binnenplaats van het Kasteel. Pas nadat Friethelm had beloofd dat hij zich netjes en vriendelijk zou gedragen vlogen ze een voor een bij hem voorbij.

Elk van de drie hexen gaf hem achtereenvolgens een klapzoen, een kuise kus en een forse lik over zijn beide bolle wangen. De laatste lik kwam van Troelita. Friethelm kon de bijzonder grote en fraaie Zomerkoninkjes-strepen op zijn beide wangen niet zien...

Branine en Pasthur gingen zich wassen en zomerkleren aantrekken inplaats van de sneeuwpakken waar ze mee uit Finland waren gekomen. Ze namen afscheid, allebei met veel verdriet, van hun Blauwe Reigers die Lola en Bisonte bleken te heten. De derde reiger die Ducados heette vroeg aan Estartito of die hun alle drie even terug wilde toveren naar de mooie Brouwerskolk in Overveen.

Het geld van de factuur voor deze hele noodklus kon hij het best overmaken naar de rekening die De Blauwe Reiger B.V. hadden bij een Europese bank in Brussel. Die bank stond al een paar jaar op het randje van faillisement maar dat was niet echt gevaarlijk. Als hun bank werkelijk zou springen was dat niet te vergelijken met het gebulder dat Friethelm elke dag opnieuw aanrichtte.

Natuurlijk ga ik niet zitten opschrijven en vertellen welke spreuk Estartito nu weer gebruikte. Het moet een héél goede zijn geweest want even later zaten Drie Blauwe Reigers op hun gemak te vissen in de Brouwerskolk. Estartito en Torowelja vertrokken naar de boot van de tovenaar in de haven van Estartit. Er was genoeg plaats op de bezem van Torowelja voor lieve Friethelm die graag meewilde. Hij had zin om eens lekker in zee te gaan zwemmen en was ook moe van zoveel lange dagen bewaker spelen van het grote Kasteel.

Troela en Troelita wilden ook even gaan rusten en zochten ieder hun toren op. Laat ik nou nog eens even opschrijven waar iedereen in het Kasteel woont. Troela woont in de Zuid-Ooster toren en Troelita heeft de Zuid-Wester toren als woonplaats. Branine en Pasthur hebben ieder een eigen kamer in mooie de toren die op het Noord-Oosten ligt én ze hebben allebei recht op het gebruik van een eigen keuken en een eigen badkamer. Wat er nog over is heet 'Het Gastenverblijf' en is de logeer-toren die op het Noord-Westen ligt.

Troela en haar kleindochter wandelden samen met Blacky de Geweldige door de hoge en mooie ingangspoort naar binnen. Poesjenee was intussen weer aan het spinnen geslagen en Egbert de Eekhoorn zat wat nootjes te kraken in een boom die precies in het midden van de binnenplaats stond. 'Hollekiedee' zei Troela 'maar die boom stond er helemaal niet toen we naar Finland vertrokken'.

Ze liep er naar toe om dit nieuwe stukje Natuur eens te bekijken. Troela was niet goed in het onthouden van namen van bomen en boomsoorten maar ze zag dat deze grote boom veel bladeren had. 
En ineens zag ze aan een tak iets van zilver of metaal hangen dat op een driehoek leek. Er hing ook een soort plaatje onder. Troela was nogal kippig en kon de letters niet goed lezen. 

'Troelita, kun jij eens kijken wat er op dat blinkende plaatje staat geschreven ?' vroeg ze aan haar wat groot uitgevallen kleindochter. 'Effe kijken oma' antwoordde Troelita en keek eens goed naar het hangende plaatje dat blonk als een spiegel waar je de zon in laat schijnen. Toen ze klaar was met het héél goed kijken naar en een paar keer zachtjes zeggen wat er op het plaatje stond riep ze hard:

'Oma Troela, luister goed en laat onze makkers Blacky de Geweldige en Poesjenee vooral meeluisteren'. Daarna begon ze hardop het volgende te lezen: ' De Triangel van Piet Agoras'. Daaronder stond in veel kleinere letters nog een zin geschreven: 'Metalen staafje te bevragen bij de Directie'. Troela werd me toch ineens heel akelig boos. Je zou zweren dat ze giftig boos werd. 'Hoezo de Directie ?' zei ze. En ze liep daarbij helemaal rood aan van woede en dát op haar leeftijd.

Troelita snapte er evenmin iets van maar ze bleef kalm en rustig. 'Laten we nou eerst eens een beetje op ons gemak gaan wandelen. Daarna gaan we kijken wat we zoal kunnen doen. Is iedereen het daarmee eens ?' vroeg ze. Blacky de Geweldige gaf de nieuwe boom intussen nogal wat gebruikt water met een heldergele kleur. Troelita herinnerde zich uit haar jonge jaren op de fijne Europese Hexenschool dat de triangel een instrument is dat al vroeg in de 18e eeuw was uitgevonden. Ook de mooie naam Piet Agoras deed haar aan iets of iemand denken. Maar wat vooral haar belangstelling had was de plaats van het staafje in die nieuwe boom.

'Oma' zei ze 'morgen is er wéér een dag en vandaag hebben we echt wel meer dan genoeg beleefd. Ik ga na de wandeling als de wiedeweerga douchen en slapen tot ik genoeg heb en dan zien we morgen weer verder'. Maar Troela wilde meteen op haar bezem naar tovenaar Estartito vliegen om raad te vragen. Gelukkig was ook de oudste wandelares zo ontzetten moe dat ze na de korte wandeling het voorbeeld van haar kleindochter Troelita volgde.
Ze ging dus ook naar boven, zette haar bezem in de hoek en viel in een diepe slaap...

                           EINDE VAN HOOFDSTUK VI

          



         






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen