dinsdag 6 oktober 2009

HOOFDSTUK IV DRIE VLIEGENDE STIPJES IN EEN HELDERBLAUWE ZOMERLUCHT


               Een veld zonnebloemen onder een blauwe Zomerlucht

Het was alsof iedereen ze die dag een beetje zag vliegen.
Met 'iedereen' bedoel ik natuurlijk de mensen die in Torroella of Estartit wonen of daar vakantie vierden. Toch veranderden onze vliegende vrienden weer in kleine stipjes. Dat gebeurde nadat ze laag over het strand waren gescheerd. De stipjes hadden zowel zonaanbidders als zeezwemmers de gillende stuipen op het lijf gejaagd.

De eerste die het vliegen leuk begon te vinden was Pasthur.
Hij zat boven op zijn Blauwe Reiger en was op zoek naar het gaspedaal. Het rempedaal had hij niet nodig want de reiger ging hem al veel te langzaam. 'Meneer de Reiger' vroeg Pasthur vriendelijk 'hebt u misschien ook een gaspedaal ?'.

De reiger draaide zijn kop en zijn lange snavel langzaam open en keek Pasthur toen heel vuil aan. 'Mevrouw de Reiger zal u bedoelen' antwoordde ze in plat Amsterdams en wiekte intussen rustig door. Pasthur schaamde zich wel een beetje over die vervelende stommiteit. Hij keek stil voor zich uit over de groene, zonnige vlakte waar ze net over een riviertje vlogen dat De Oude Ter heette.

Na een tijdje was hij bekomen van de schrik en vroeg toen heel vriendelijk met een zachte Brabantse 'g': 'Mevrouw de Reigster, hebt u misschien ook een gaspedaal'. De reiger begon te grinnikken en vroeg toen: 'Jij komt zeker uit een grote stad ?'. Pasthur dacht na en antwoordde beleefd: 'Ja, mevrouw, maar verschrikkelijk groot is die stad zeker niet'.

'Kijk' zei de reiger terwijl ze een trillende beweging met haar klapwiekende vleugels maakte 'maar wij reigers hebben helemaal geen gaspedaal nodig en evenmin een rempedaal als je dat toevallig eens zou gaan zoeken. Bij ons gaat alles nog helemaal natuurlijk'. Intussen wiekte ze rustig verder. 'En bovendien`zei ze 'heten vrouwelijke reigers ook reigers en niet reigsters. Er zijn natuurlijk wel rijgers en rijgsters maar die komen uit een heel ander verhaaltje of uit een boek maar ze rijgen allebei, de vrouwelijke en de mannelijke'.


Daarna maakte ze een wat vreemd geluid en ging verder: 'Er bestaat een boek dat gaat over het verschil tussen de korte ei en de lange ij. Ik weet niet precies hoe het heet maar ik heb de schrijver-met-een-lange-ij eens ooit naar het Kasteel gebracht. Hij heet Peter Veulenverkoper'. Daarna maakte ze een sierlijke duik en ging verder: 'Er staat bij voorbeeld in dat een rijger wél kan zien maar alleen maar in een vliegtuig kan vliegen maar dat een reiger zoals ik dus-met-een-korte- ei kan zien als helemaal alleen kan vliegen. Er staat ook heel duidelijk in dat geen enkele van de twee soorten ze per sé hoeft te zien vliegen. 't Is maar dat je het weet voor het geval dat je ooit iets overkomt met rijgende reigers want dat is een helemaal nieuw pas ontdekt soort'. Pasthur was nu echt stomverbaasd over wat deze mooie en eigenlijk heel aardige vogel wist en zo duidelijk kon vertellen.

Nu was de groep van zes richting Estartit gaan vliegen. Dat vroegere vissersdorp ligt direct aan de Middellandse Zee. Estartito zat een beetje ongemakkelijk op zijn Blauwe Reiger maar Branine voelde zich prima op haar gemak. De drie hexerige dames zaten hun bezems wat schoon te maken. Dat was eigenlijk niet nodig want in Finland hadden ze met het Openbaar Vervoer gereisd. Dat is natuurlijk bezemloos.


Norelca had de bezems in de vergaderzaal één keer laten zien aan de deelnemers van De Andere Hexendag. Spaanse hexenbezems vliegen wat sneller als alle andere Europese produkten. Bovendien vegen ze ook nog beter schoon als ze goed onderhouden zijn. Dat had een Onderzoeksburo als bijdrage voor de nog bestaande hexen en tovenaars gratis maar met een uitgebreid en goed uitgevoerd plan als hulp voor deze groep mensen gedaan.

Na die vergadering had Norelca de bezems in een paar grote wilgen gehangen die daar nog groeien. Tenslotte waren Troela, Torowelja en Troelita in Finland haar gasten en ze hadden ook een soort vakantie nodig. Ze hoefden echt geen moer te doen, zelfs niet te toveren. Maar onze watervlugge Pasthur bleef toch een beetje nieuwsgierig. Hij wilde weten waar zijn Blauwe Reiger vandaan kwam en hoe. Dat vroeg hij heel voorzichtig aan de vriendelijke vogel.

'Ja' zei ze 'ik zat met mijn broers Bisonte en Ducados rustig te vissen aan de Brouwerskolk in Overveen. En daar werden we ineens weggetoverd door een of andere Spaanse grapjurk. Hij vroeg of we hem met twee van zijn vrienden boven de Middellandse Zee wilden brengen en vervolgens naar een of ander eeuwenoud Kasteel. Het was echt een noodklus en er leek zelfs een beetje paniek in het spel. In zo'n geval kun je natuurlijk wel proberen heel hevig te gaan protesteren maar dat blijft altijd vechten tegen de bierkaai. Voordat ik het vergeet: ik heet Lola. En jij ?'.

Pasthur noemde zijn naam en begon zijn prachtig wiekende vervoermiddel eigenlijk best een aardige vrouw te vinden. Het was opvallend hoe kalm deze ras-Amsterdamse reiger langs de Catalaanse kust vloog. Hij vroeg of ze meer van dit soort klussen had.


'Pasthur' zei 'praat me er niet over: 'als Estartito ons per tovertelefoon belt en we niet meteen heel duidelijk NEE schreeuwen zouden de vele vissen in de Brouwerskolk voortaan op hun gemak haasje-over kunnen gaan spelen'.

Ze was even stil en Pasthur was verbaasd over de rijkdom
en de fantasie van haar Amsterdamse dialect. Een vis kan  toch geen haasje over springen.en...maar de reiger ging verder: 'elke week is er wel iets aan de hand. Een windsurfer belandt in Marokko omdat de wind ineens draait en aan de Catalaanse kust - die ze hier Costa Brava - noemen hebben ze liefst achtentwintig namen voor verschillende soorten  
wind waarvan er altijd wel eentje waait. Of een Lage Lander heeft zijn boot weer eens op de klippen laten lopen en staat op het punt met zijn hele familie te verdrinken.

Tussen haakjes: 'Costa Brava' betekent in het Nederlands 'Woeste Kust'. We hebben ook eens meegemaakt dat een diepzeeduiker zijn helm als onderbroek probeerde te gebruiken en zo geen adem meer kreeg. Maar het begint al wat beter te gaan' zei ze en ademde rustig door.


Ze vertelde dat haar broers Bisonte en Ducados bezig waren een overeenkomst te sluiten met het Catalaanse Rode Kruis. Het enige probleem dat ze hadden was de taal. Catalaanse mensen die in het toerisme werken kennen naast hun eigen mooie taal het Catalaans en ook Spaans en kunnen met wat Engels uit de voeten. Een klein aantal kan ook wat Duits
- dat best mooie dialect van het Nederlands - ophoesten maar echt Nederlands praten, dat gaat natuurlijk niet.


Ze waren allebei wel gewend aan het onderhandelen met hexen en tovenaars. Maar ze wisten echt niet hoe ze met bij voorbeeld de bekende 'Amsterdamse Vereniging van Blauwe en Anderskleurige Reigers' moesten omgaan. Bovendien bleken de asbakken in de vergaderkamer van die club te kort voor hun lange snavel. Haar broers waren allebei verslaafd aan roken. Ze waren er al een paar keer mee gestopt maar dan werden de broers helemaal chagrijnig-met-een-lange-ij natuurlijk. Dan kon je beter één pootje optrekken en pitten.

Tot voor enkele jaren was het in Spanje de gewoonte reigers gewoon af te schieten. Dan werden ze na een kunststukje van iemand die van koken en kokkerellen weet voorbereid.
En dan werden ze door een heel gezelschap vrienden en kennissen opgepeuzeld met een lekkere knoflook-saus en een paar flessen goede wijn. Natuurlijk was er vers brood dat in Spanje nog vaak door de vrouw vers werd gebakken. 


Spanjaarden zijn ontzettende liefhebbers van goed eten en drinken. Dat is een soort ontspanning waar niets en niemand tegen op kan. Ze zeggen dat de Spaanse keuken de beste ter wereld is. De schrijver van deze zinnen woont hier pas dertig jaar maar kan daar alleen maar 'si' tegen zeggen of met zijn hoofd vriendelijk glimlachend buigen, net als de Japanners maar niet zo Aziatisch stijf.

Dat je in Spanje met vogels kunt praten en dat die vogels ook kunnen helpen bij reddingsacties ging een beetje te ver voor deze liefhebbers van het goede leven. Toch begonnen zij ook met reigers te praten dankzij de bemiddeling van Troela en Estartito. Hé, wacht eens; wat is er nu weer aan de hand. Ja, er gebeurt altijd wel wat al noemen ze dat niet...

Daar botst Branine met haar Reiger Ducados bijna tegen de Morenrots aan die hoog boven Estartit uitsteekt. En Estartit begon van de weeromstuit te mopperen op Reiger Ducados omdat die even vóór de botsing net een lekkere sigaar wilde opsteken. Tenslotte was hij van Overveen naar Estartit getoverd en ook een reiger heeft zijn natje en zijn droogje én een lekkere sigaar nodig.


De bezemende heksen maakten het goed. Het gezelschap vloog nu op zo'n honderd meter boven Estartit. En daar gebeurde iets waar niemand op had zitten wachten. Alle negen hadden ze ineens zin om eens lekker de beest te gaan uithangen.

Troela begon...Ze nam een forse duik en gapte de pet van een helemaal kale politieman die tevergeefs het verkeer probeerde te regelen bij de ingang van het dorp. Daarna waren Lola en Pasthur aan de beurt. Lola had een eendenei gevonden en dat onder haar rechtervleugel verstopt. Nu liet ze dat ei net boven het hoofd van de loco-burgemeester los.
Die aardige Spaanse Catalaan zat net een bordje helemaal verse inktvissen te verorberen. Het was best een leuk gezicht zo'n gelige massa gelei op een bruingebrand hoofd te zien !

Ducados en Estatito doken in de richting van twee rood-verbrande Engelse meisjes. Die zaten naast een zwembad lekker een biertje te drinken. Estartito pakte het glas van het wat dun uitgevallen meisje en Ducados had haar wat stevig gebouwde vriendin als slachtoffer uitgezocht. Toen ze op vijfentwintig meter hoogte waren lieten ze de volle glazen precies in het zwembad van 'Hotel Garza' plonsen...


Torowelja greep haar bezem stevig vast en nam een forse duik in het zwembad van wat toen nog 'De Catalaanse Club' heette die tegen de berg aan ligt. Toen ze weer boven kwam had ze de zwembroeken bij zich van een Engelsman, een Nederlander en een Fransoos. De voormalige eigenaren van die zwembroeken werden meteen het zwembad van het Hotel uitgelazerd wegens wangedrag en gevaar voor de Openbare orde.


Hun handige smoesjes van een hex op een bezem die met een verschrikkelijke snelheid plotsklaps uit de blauwe lucht neerdaalde werden niet geloofd. De politie die er al bij was geroepen beschouwde het als een samenzwering tegen de Spaanse Staat subsidair Belediging van een Ambtenaar in functie. Dat kostte ieder van hun nog duizend €uro extra.

Troelita deed het wat rustiger aan. Ze pakte het glas met rum-cola - dat hier Cuba Libre heet - van een Belgische, nee ik bedoel een Vlaamse toerist en dronk dat grote glas in zijn aanwezigheid helemaal leeg. Daarna bedankte ze hem in voortreffelijk Frans en vertrok als de wiedeweerga.

Branine en Bisonte hadden het allemaal rustig bekeken en besloten tot de beruchte truuk met de tennisbal. Ze vroegen aan Estartito of hij ze allebei voor een minuut of tien onzichtbaar wilde maken. Dat deed onze tovenaar graag. Daarna gingen ze boven het net van een tennisbaan hangen. Elke keer als iemand had geserveerd en de bal echt precies boven het net kwam pakten ze de bal en gooiden die met een boogje terug. 

Een man die naar zijn vriendin stond te serveren liep langzaam rood aan. Maar na vijf minuten was hij niet meer te houden. Hij begon ontzettend ruw te vloeken. Zijn vriendin zei dat hij niet tegen zijn verlies kon. Toen werd hij helemaal woest. Hij begon zelfs in het Chinees te vloeken - hoewel het gewoon een best heel aardige Zwitser was - en liep daarna helemaal diep treurend naar zijn auto.

Na deze beestachtige gebeurtenissen in het dorpje Estartit aan Zee besloten de zes reizigers-met-een-korte-ei samen met hun drie elegante en vriendelijk vliegende prachtige vogelse vervoermiddelen richting Kasteel te vliegen...


       EINDE VAN HET VIERDE HOOFDSTUK

                                            



     

     


   

     

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen